Iedereen is wel eens bang en ervaart daarbij hoe zijn/haar lichaam reageert op angst. Angst hoort bij het leven. Waarom? Omdat angst nuttig is. Het is een mechanisme dat ons helpt om te gaan met gevaar. Je kunt het zien als een alarmsysteem. Als de alarmbel gaat, brengen het zenuwstelsel en het hormoonsysteem het lichaam in staat van paraatheid. Dat gebeurt onmiddellijk en automatisch. We hoeven er niet over na te denken.
We gaan sneller ademen, ons hart gaat sneller kloppen, onze bloeddruk stijgt en we gaan transpireren. Het lichaam bereidt zich alvast voor op actie: vechten of vluchten. Als er direct gevaar dreigt is dat nuttig: er kan direct gehandeld worden. Als er géén direct gevaar dreigt, is die alarmbel heel onhandig. Het lichaam reageert alsof er écht gevaar dreigt. Het maakt zich klaar om handelend op te treden. Terwijl dat helemaal niet nodig is. Het alarmsysteem is als het ware te scherp afgesteld. Als er geen gevaar dreigt, maar het alarmsysteem gaat wel keer op keer af, is dat erg vervelend en vermoeiend. Dat is wat er bij angst en paniekstoornis gebeurt.